Vak achteruit inparkeren – stappenplan met herkenningspunten
Positioneren voor het vak
Kijk eerst goed om je heen en geef richting naar rechts aan voordat je stopt, op ongeveer 70 meter afstand.
Rij langzaam langs het parkeervak waarin je achteruit wilt inparkeren en stop ter hoogte van het derde vak na het vak waarin je wilt parkeren. Het vak waarin je wilt parkeren telt dus niet mee; begin te tellen vanaf dat vak.
Zorg ervoor dat jouw auto ongeveer één meter afstand houdt van de geparkeerde auto’s (of de parkeervakken) aan jouw rechterkant.
Eerste herkenningspunt
Na het stoppen mag je de richtingaanwijzer uitzetten en de achteruitversnelling inschakelen. Rij nu heel langzaam achteruit met behulp van de slippende koppeling (ongeveer 1 km/u), tot je het eerste herkenningspunt bereikt: wanneer het deurkozijn ter hoogte is van de helft van het tweede vak, stuur dan vlot naar rechts in terwijl je langzaam achteruit blijft rijden.
Kijk tussendoor goed om je heen en in de spiegels om het overige verkeer in de gaten te houden. Stop indien nodig op tijd om anderen voor te laten gaan. De auto zal nu in een bocht het vak indraaien.
Tweede herkenningspunt
Blijf langzaam achteruitrijden en let goed op de voorzijde (neus) van de auto. Zodra je merkt dat de neus van de auto recht voor het vak staat — dus dat de auto recht in het vak staat — draai je het stuur ongeveer anderhalve slag terug naar links (of volledig terug naar de neutrale stand als je volledig had ingestuurd), zodat de wielen weer recht staan.
Blijf langzaam achteruitrijden tot je helemaal in het vak staat. Controleer of je netjes in het midden van het vak en recht geparkeerd staat. Indien nodig kun je corrigeren door een klein stukje vooruit of achteruit te rijden.















