Voor een tussentijdse toets of praktijkexamen bij het CBR stelt de examinator vrijwel altijd een aantal controlerende vragen over de auto — vooral om het gesprek te openen en spanning te halen uit het begin. Als je vrijwel niets kunt aanwijzen, voelt zo’n onderdeel juist tegenstrijdig nerveus. Bij Rijschool Vlam daarom deze praktische uitleg, zodat je zelf alle antwoorden weet óf kunt inschatten.
Bandencontrole
Als automobilist ben je verplicht je auto veilig te houden en in goede conditie — de banden horen daar uiteraard ook bij.
Eens per maand controleer je het volgende:
- Profeldiepte — zomerbanden minimaal 1,6 mm; winterbanden minimaal 4 mm wordt sterk aanbevolen.
- Bandenspanning — zoals bij max. belading in het instructieboekje aangegeven.
- Aanwezigheid van het ventieldopje.
- Beschadigingen — ongelijke slijtage (hapslijtage).
Hoe en waarom?
Deze vier punten zijn belangrijk voor jouw veiligheid, maar ook voor milieu en brandstofverbruik als iets daarvan niet klopt.
Bandenspanning
Bandenspanning die niet klopt leidt tot extra slijtage, slechtere wegligging en te hoog verbruik. Je kunt spanning vaak nabij trekken bij een tankstation — de apparaten verschillen per locatie.
De juiste spanning hangt af van jouw auto en staat altijd in het instructieboekje, gewoonlijk in bar (vaak tussen 2 en 3). Er zit ook meestal een sticker in een deurstijl of bij het brandstofklepje.
Profieldiepte
Profiel voert bij regen water tussen band en rijdek weg. Bij te zwak profiel niet goed genoeg: wettelijk minimum is 1,6 mm. In het loopvlak liggen kleine indicators op dat niveau — loopt gelijk ermee uit, dan is tijd voor vervanging. Bij winterbanden zoek je naar voorkeur 4 mm of meer voor echte wintersituaties.
Beschadigingen
Een stoeprand of een scherp voorwerp kan banden beschadigen. Bekijk daarom ook de zijkanten. Zo ontstaan zwakkere plekken die onder hoge temperatuur en snelheid tot een klapband kunnen leiden. Inspecteer loopvlak en flanken daarom regelmatig.















