Allereerst kijk je of je wel kunt en mag keren — let dus op de ruimte en op verkeersborden.
Zoals bij andere bijzondere verrichtingen stop je langs de trottoirband op circa 15 cm afstand aan de rechterzijde.
Het stoppen doe je door vooraf te kijken: binnenspiegel – voor je – rechter buitenspiegel – over de rechterschouder — en daarna de richtingaanwijzer naar rechts te zetten.
Nadat je gestopt bent, zet je de auto in de eerste versnelling.
Kijk vervolgens: binnenspiegel – voor je – linker buitenspiegel – over je linkerschouder – rechter buitenspiegel – over je rechterschouder.
Als er geen verkeer aankomt, rijd je een paar meter recht vooruit met slippende koppeling, zodat je stapvoets kunt rijden.
Blijf tussendoor om je heen kijken: binnenspiegel – voor je – linker buitenspiegel – linkerschouder – rechter buitenspiegel – rechterschouder.
Vervolgens stuur je vlot naar links en maximaal. Je moet je auto in één draai keren — nooit droogsturen!
Bij het wegrijden nog even linker buitenspiegel en over je linkerschouder — er kan altijd een weggebruiker je voorbij willen.
Als laatste pas je de nazicht-methode toe: binnenspiegel – rechter buitenspiegel – linker buitenspiegel.















